Baibars

De aanvoerder van de Mammeloeken Baibars (Toerkestan 1223 - Damascus 1277) was de tegenstander van Lodewijk IX tijdens diens kruistocht in het noorden van Afrika. Baibars was van Turks-Mongoolse afkomst en behoorde tot de Mammeloeken. Hij werd door de Mongoolse khan Berke in Toerkestan gevangen genomen en aan de Egyptische sultan verkocht die de Mammeloeken in dienst nam. Baibars klom snel op en schopte het tot legeroverste. Zijn eerste grootste succes situeerde zich in het stuiten van de opmars van het kruisleger van Lodewijk IX, en in het gevangen nemen van de Franse koning. De mammeloeken werden invloedrijker aan het Egyptisch hof van de sultan. In 1260 trad hij op als onbetwistbare nummer één aan het Egyptisch hof na de dood van de laatste sultan. Al snel toonde Baibars zich niet alleen een uitmuntend veldheer maar ook een goed organisator door een nieuwe islamitische macht in Egypte en Syrië te grondvesten. In 1269 boekte hij een krachtige overwinning tegen de Europese kruisridders door Antiochië in te nemen. Ondertussen had Baibars zijn gezag sterker weten te funderen door na de val van Bagdad in 1261, de kalief te verwelkomen in Caïro en hem te erkennen als kalief. Door deze handeling verkreeg hij voor de Mamelukken de suzereniteit over de heilige steden van de islam in de Hedzjaz. Baibars kreeg enorme bekendheid door een omvangrijke verhalencultus over hem in de geschriften Sirat Baibars.

Literatuur :

  • Noth, A., “Baibars”, Lexikon für Theologie und Kirche, dl. I, 1996, p. 1358.

Bacon, Roger

De Engelse geleerde en minderbroeder Roger Bacon (Ilchester 1210/1215 – na 1292) was een groot middeleeuws denker, die daardoor de bijnaam Doctor Mirabilis kreeg. Geregeld kwam hij in aanvaring met de gevestigde orde omwille van zijn scherpe pen. Zo hekelde hij onder meer de wereldlijke autoriteit wanneer zij schromelijk tekort schoot bij de organisatie van de samenleving. Ondanks deze harde opstelling was paus Clemens IV sterk geïnteresseerd in zijn voornaamste werk Opus Maius, waarin een overzicht gegeven wordt van onder meer geografie, kosmografie en natuurkennis. In zijn Opus Maius vermeldde hij het itinerarium van Willem van Rubrouck die hem informatie verschafte over het Verre Oosten en Mongolië. Roger Bacon heeft hierover zelfs gediscussieerd met de Vlaamse minderbroeder.

Literatuur :

  • Easton, St., Roger Bacon and his Search for a universal science: a reconsideration of the life and work of Roger Bacon in the light of his own stetted purpose, Greenwood Westport, 1970.
  • Verrycken, A. De middeleeuwse wereldverkenning, Leuven, 1990, p. 34.

Batoe khan

De Mongoolse khan Batoe (begin dertiende eeuw – 1255) kreeg reeds op jonge leeftijd de controle over het westelijk deel van het Mongoolse rijk. Nadat hij dit gebied erfde van zijn vader Djötsji (oudste zoon van Djenghis Khan). Als kleinzoon van Djenghis Khan was hij op Möngke khan na de machtigste van zijn rijk. Hij ondernam met zijn legers grote veldtochten doorheen Rusland, Oekraïne, Polen, Tsjechië, Slovakije, Kroatië, Hongarije en Dalmatië. In 1236 stichtte hij in het veroverde Rusland het Rijk van de Gouden Horde (1236-1502) met als hoofdstad Sarai, gelegen aan de monding van de Volga. In 1251 speelde hij een voorname rol bij de verkiezing van Möngke tot Qa-khan, waarna het Mongoolse rijk de facto in een oostelijk en westelijk deel gesplitst werd.

Literatuur :

  • Marshall, R., Opkomst en ondergang van het Mongoolse keizerrijk, van Djenghis Khan tot Qoebilai Khan, Utrecht 1993.

Beauvais, Vincentius van

De Franse dominicaan Vincentius van Beauvais (1190-1264) schreef in opdracht van de Franse koning Lodewijk IX een omvangrijke encyclopedische wereldkroniek. Het gaat om een driedelig omvangrijk werk, Speculum maius dat bijna tachtig boeken en bijna tienduizend hoofdstukken omvat. Het deel Speculum historiale bevat eenendertig boeken die handelen over de algemene (wereldlijke, kerkelijke en literaire) geschiedenis vanaf de Schepping tot 1250 na Christus. Bijzonder veel aandacht heeft Vincent van Beauvais aan heiligenlevens en de geschiedenis van de Kerk besteed. Speculum maius past uitstekend in de rij van wereldkronieken uit de volle en late Middeleeuwen. Meestal beginnen deze wereldkronieken bij de Schepping, de roeping van Abraham en behandelen vooral het leven van Christus. In het werk van Vincent van Beauvais wordt het reisverhaal van Johannes Di Plano di Carpini gedeeltelijk opgenomen.

Literatuur :

  • Brincken, A.-D. von den, Die Mongolen im Weltbild der Lateiner um die Mitte des 13. Jahrhunderts unter besonderer Berücksichtigung des “Speculum Historiaele” des Vinzenz von Beauvais, In : Archiv für Kulturgeschichte 57 (1975) pp. 117-140.
  • De Schryver, R. Historiografie. Vijfentwintig eeuwen geschiedschrijving van West-Europa, Leuven 19942, p. 146.
  • Paulmier-Foucart, M., Lusignan, S., Vincent de Beauvais et l'histoire du `Speculum Maius'. Journal des Savants, Paris 1990, 97-124.
  • Voorbij, J. B., Het `Speculum Historiale' van Vincent van Beauvais. Een studie van zijn ontstaansgeschiedenis, (Ph.D. Groningen University) Groningen 1991, pp. 5-22.

Bela IV

De Hongaarse koning Bela IV regeerde van 1235 tot 1270 over Hongarije. Met succes wist hij eerst de Hongaarse adel te onderwerpen en weerstand te bieden aan de Duitse keizer Frederic II. Vanaf 1237 begon hij de druk van de Mongoolse opmars vanuit het oosten te voelen. Een diplomatieke zending van de dominicaan Julianus bracht geen vrede voort en Batoe viel met zijn leger Hongarije in 1241 aan. Gelukkig behoedden interne Mongoolse problemen hem van de volledige ondergang. In 1260 kwam hij in conflict met Ottokar van Bohemen over het bezit van Oostenrijk.

Literatuur :

  • Klaniczay, G., “Béla IV”, Lexikon für Theologie und Kirche, dl. II, 1996, p. 185.

Benedictus XV

Giacomo Paolo Giovanni Battista markies della Chiesa (Genua 21 november 1854 - Rome 22 januari 1922) werd paus in 1914 en trachtte zich neutraal op te stellen tijdens de Eerste wereldoorlog. Na de oorlog zal hij zich toeleggen op de verdediging van het katholieke geloof. In november 1919 verscheen de encycliek Maximum Illud. Deze encycliek is de eerste van de missie-encyclieken van de twintigste eeuw en het beginpunt van een nieuw missionair élan voor de katholieke kerk. De opdracht van de missionarissen bestaat er volgens deze encycliek niet in het rijk van de mensen maar dat van Christus uit te breiden.

“Het zou dan ook een treurig iets zijn, als men sommige missionarisen hun waardigheid zo zou zien vergeten, dat zij meer aan hun aardse vaderland dan aan hun hemelse vaderland denken, en dat zij een ongepaste ijver aan de dag zouden leggen om de macht van hun land te vergroten en voor alles zijn roem uit te breiden. Die gezindheid zou een afschuwelijke ontaarding van het apostolaat zijn.”

In zijn encycliek Maximum Illud schreef Benedictus XV nieuwe richtlijnen voor de missieopdracht van de geestelijkheid. In deze encycliek prees hij de onderneming van Willem van Rubrouck.

“Ensanchándose luego todavía más el campo de acción misionera, cuando Guillermo de Rubruquis iluminó con los esplendores de la fe la Mongolia y el B. Gregorio X envió misioneros a la China, cuyos pasos habían pronto de seguir los hijos de San Francisco de Asís, fundando una Iglesia numerosa, que pronto había de desaparecer por completo al golpe de la persecución.”

Literatuur :

  • Schwaiger, G., “Benedikt XV”, Lexikon für Theologie und Kirche, dl. II, 1996, pp. 209-210.

Bohemund VI

Koning Bohemund VI regeerde vanaf 1251 over het Frankische vorstendom Antiochië. Tot grote woede van de paus verleende hij in 1260 zijn steun aan de Mongoolse opmars in het Midden-Oosten tegen de islamitische strijders en wist hij zijn macht te versterken. In 1268 werd Antiochië echter onder de voet gelopen door de mamelukse legeraanvoerder Baibars en verloor hij voor goed de controle over zijn kroongebied. Tot 1270 bleef hij de titel van graaf van Tripoli behouden.

Literatuur :

  • Marshall, R., Opkomst en ondergang van het Mongoolse keizerrijk, van Djenghis Khan tot Qoebilai Khan, Utrecht 1993.

Boudewijn II

Boudewijn II van Courtenay (1217-1273) was de laatste keizer van het Latijns Keizerrijk. Daarnaast had hij ook de titel van markgraaf. In 1239 werd hij in Constantinopel tot keizer gekroond. Het Latijns Keizerrijk dat het resultaat van de Vierde Kruistocht was, door de verovering van Constantinopel op 12 april 1204 op Byzantium, was echter een kort leven beschoren. Door aanvallen van Bulgaren en Byzantijnen en door feodale verbrokkeling werd het Latijns Keizerrijk al snel gereduceed tot Constantinopel en omgeving. In 1263 werd Constantinopel door de Byzantijnse keizer heringenomen.

Literatuur :

  • Tinnefeld, F., “Baldwin II”, Lexikon für Theologie und Kirche, dl. I (1993) p. 1368.

Brevier

NOG AAN TE VULLEN

Büri

De Mongoolse onderkhan Büri (begin dertiende eeuw – eind dertiende eeuw) was de kleinzoon van Djaghatay. Hij werd in opdracht van Möngke khan in 1251 terechtgesteld op verdenking van hoogverraad.

Literatuur :

  • Marshall, R., Opkomst en ondergang van het Mongoolse keizerrijk, van Djenghis Khan tot Qoebilai Khan, Utrecht 1993.