Reisverslag als inspiratiebron voor de kennis van het Aziatische binnenland
Het reisverhaal van Willem van Rubrouck werd nog in dezelfde eeuw geraadpleegd door missionarissen die naar China en Mongolië trokken. De minderbroeder en eerste bisschop van Peking Giovanni de Montecorvino (1294-1328) en de Italiaanse monnik Odoric van Pordenone (1316-1330) bestudeerden zijn verslag. Roger Bacon, vriend en tijdgenoot van Willem van Rubrouck, was zeer geïnteresseerd in het relaas en citeerde de franciscaan in de hoofdstukken van zijn Opus Majus die over geografie handelden.
De ontdekkingsreiziger Ferdinand von Richthofen en de naturalist Alexander von Humboldt bewonderden het wetenschappelijk karakter van de beschrijvingen van Willem van Rubrouck. Hetzelfde deden de Engelse geleerde en Chinareiziger W.W. Rockhill en de Duitse geograaf Oscar Peschel.
Volgens Sir Henri Yule was het reisverslag van Willem van Rubrouck objectiever en correcter in het beschrijven van de levensgewoonten dan andere middeleeuwse auteurs, zoals Marco Polo. De historicus J. Richard beschouwde het itinerarium als één van de klassieken uit de reisliteratuur. Paus Benedictus XV onderstreepte het belang van het reisverhaal van Willem van Rubrouck in zijn encycliek Maximum Illud (1919).
