Möngke khan

Aanstelling van Möngke

De toenemende rivaliteit tussen de opvolgers van Toloii en Ögödei mondde uiteindelijk uit in de verkiezing van Möngke, de oudste zoon van Toloii, tot opperkhan in 1251 en dit vooral dankzij de steun van Batoe. Möngke khan liet een aantal aanhangers van Oghoel-Qaimisj beschuldigen van hoogverraad en terechtstellen. Verder werden Oghoel-Qaimisj, haar zoon en Büri, de kleinzoon van Djaghatay en Eldjigideï en diens zonen vermoord.

Krijgsverrichtingen onder Möngke khan

Bij het aantreden van Möngke khan hernamen de vijandelijkheden in het zuiden van het Mongoolse Rijk in volle hevigheid. Möngke khan richtte zijn aandacht vooral op China. Zijn broer Qoebilai voerde een campagne in het noorden van China en vernietigde het koninkrijk van Nanzhao in 1253. Verder onderwierpen ze de Tibetanen en verplichtten ze de koning van Annam in 1257 tot onderhorigheid. Ook de sultan van Turkije ontsnapte niet aan een militaire campagne en Möngke khan stuurde zijn broer met een leger naar Turkije. Willem van Rubrouck schrijft er het volgende over in zijn reisverhaal:

“Insuper ipse Manguchan (D om. Chan) habet octo fratres: tres uterinos et quinque de patre.  Unum ex uterinis misit in terram Hasasinorum (D Haxasinorum), qui dicuntur Mulibet ab eis, et precepit quod omnes interficiantur; alius venit versus Persidem et iam ingressus est eam, ingressurus, ut creditur, terram Turkie, et inde missurus excercitus contra Baldac et contra Vastacium; unum ex aliis misit in Cathaiam contra quosdam (C om. contra quosdam) qui nondum (C nundum; D non) obediunt; minorem fratrem uterinum nomine Arabuccha retinuit iuxta se, qui tenet curiam matris ipsorum que fuit christiana, cuius servus est magister Willelmus.”

“Möngke khan heeft acht broers: drie eigen broers en vijf van dezelfde vader. Hij stuurde een van zijn eigen broers uit tegen de Assassijnen, die ze Mulibet noemen, met de opdracht om ze uit te roeien. Een andere broer rukte op in de richting van Perzië. Daar zou hij nu al binnengetrokken zijn en sommigen menen dat hij op het punt staat om Turkije aan te vallen. Van daaruit zal hij een leger sturen tegen Bagdad en Vastacius. Een van zijn halfbroers (Qoebilai) stuurde hij naar Cathaia om er een volk te bestrijden dat zich nog niet onderworpen had. Zijn jongste eigen broer, die Araboeka heet, hield hij bij zich. Hij heerst over het hof van hun moeder, die een christen was, en meester Willem is zijn slaaf.”

Zie Devolder e.a., o.c., pp. 108-109. en A. Van Den Wyngaert, o.c., p. 287.

De Il-Khans namen in 1258 Bagdad in en overheersten het gebied van het tweestromenland en Perzië. Toch wilde Möngke khan zich vooral richten op China, maar een nieuwe campagne in China liep voor hem slecht af en in 1258 overleed hij. Verder blijkt uit het reisverslag van Willem van Rubrouck dat Möngke khan aan hoogheidwaanzin leed. Hij bekeek zijn macht als even omvattend als de stralen van de zon en beschouwde zichzelf als de zoon van God.

“Tunc ipse incepit (C incipit) respondere : “Sicut sol est ubique diffundens radios suos, ita mea potencia et ipsius Baatu diffundit se ubique.””

“Toen nam hij zelf het woord en sprak : „Zoals de zon haar stralen over alle streken uitzendt, zo verspreidt zich overal mijn macht en die van Batoe.””

Zie Devolder e.a., o.c., p. 82. en A. Van Den Wyngaert, o.c., p. 251.