Reizen in de XIIIe eeuw
In de Middeleeuwen beschikte men nog niet over snelle vervoersmiddelen. Men reisde te voet, te paard of met een kar. Bij lange tochten konden reizigers uitrusten op pleisterplaatsen. Over zee reizen ging veel sneller dan over land. Het waren vooral de rijkere mensen die reisden, de armen legden eerder korte afstanden af. Men reisde niet alleen om handel te drijven, maar men ging ook vaak op bedevaart. Daarnaast was het niet ongewoon op ontdekkingsreis te gaan of als gezant contacten te leggen met andere machtshebbers. Ook conflicten zorgden ervoor dat ideeën werden uitgewisseld of aangepast.
De reis naar Mongolië had ook zo zijn obstakels: een vreemde cultuur, een andere taal en een woest landschap vol gevaren.

