Het hof van Möngke khan en Karakoroem
Op 30 november 1253 begon de laatste etappe van hun tocht dwars door de Mongoolse steppe naar het paleisjoertenkamp van grootkhan Möngke. Eenmaal aangekomen bij de grootkhan, werd de minderbroeder verplicht om met het nomadenkamp oostwaarts te trekken tot hij op 5 april 1254 in de Mongoolse hoofdstad Karakoroem aankwam. Na een oponthoud in de Mongoolse stad waar hij bij een nestoriaanse priester verbleef, volgde Willem van Rubrouck Möngke’s hof dat zich in het spoor van de trekkende kudden verplaatste. Aan het hof hield Willem van Rubrouck onder meer theologische discussies met vertegenwoordigers van andere godsdiensten.
Op 24 mei 1254 ontving Möngke de franciscaan opnieuw en verplichtte hem om naar Frankrijk terug te keren met het bevel aan Lodewijk IX en de paus om zich te onderwerpen aan het Mongoolse gezag. Terwijl de zieke Bartholomeus van Cremona in Karakoroem achterbleef, vatte Willem van Rubrouck de terugreis aan.

