De reisweg
Het eerste deel van de reis ging vanuit Palestina naar Constantinopel. Daarna trok het reisgezelschap naar de havenstad Soedak en van daaruit reisden ze naar het kamp van Sartak. Deze stuurde hen door naar het kamp van Batoe. Na enkele weken werden ze opnieuw verdergestuurd, dit keer naar Möngke khan. Dit was het zwaarste gedeelte van de tocht, omdat het reisgezelschap regelmatig aan honger en koude leed. Bij het kamp van de grootkhan aangekomen, moesten Willem en zijn reisgenoten meetrekken tot de hoofdstad Karakoroem. Daar hield hij theologische discussies maar werd na enkele ontmoetingen met Möngke toch verplicht om terug te keren naar het Westen. Via het kamp van Batoe reisde Willem vele maanden door Klein-Azië terug naar de Syrische stad Aleppo.

