Na de reis

Via Aleppo bereikte Willem van Rubrouck de stad Kurc op de zuidoostelijke kust van Klein-Azië. Daar scheepte hij in om op Cyprus bij Lodewijk IX verslag uit te brengen, maar de Franse koning was reeds teruggekeerd naar Frankrijk. Via Tripoli keerde Willem van Rubrouck terug naar Aleppo en schreef nadien zijn reisverhaal. Hij trok zich in een franciscanenklooster terug om zijn reiservaringen in briefvorm aan Lodewijk IX te schrijven. Zijn oversten hadden hem immers verboden om naar Frankrijk te gaan omdat hij door het onophoudelijke reizen te onafhankelijk en te vrij zou geworden zijn. Toch bleef hij zijn oversten verzoeken om naar het Europese vasteland te mogen terugreizen om zijn verslag te overhandigen, voor hij zich definitief in het Heilig Land zou vestigen. Waarschijnlijk trok hij een paar jaar later naar de Franse hoofdstad Parijs waar hij zijn Engelse vriend de geleerde minderbroeder Roger Bacon ontmoette. In zijn Opus Majus, in de hoofdstukken die over geografie handelden, verwees Roger Bacon herhaaldelijk naar het itinerarium van Willem van Rubrouck.

“ (…) quem librum diligenter vidi et cum eius auctore contuli (…)”

in J.H. Bridges, Roger Bacon. Opus Majus, Oxford, 1897-1900 (Frankfurt, 1964) p. 305.