Doorverwijzing naar Midden-Mongolië
De tocht door het Midden-Aziatisch steppeland en het bezoek aan de Mongoolse hoofdstad Karakoroem lagen dus oorspronkelijk niet op de weg van de minderbroeder. Het idee van Willem van Rubrouck om zich te vestigen bij de Mongolen en er het christendom te prediken, werd afgewezen door Möngke khan. Hij stuurde Willem met een boodschap voor de westerse gezaghebbers naar Europa terug.
“In crastino iterum misit ad me dicentes (B : dicens): “Ipse Chan bene cognoscit quod non habetis aliquem nuncium ad eum, sed venistis orare pro eo, sicut multi (C : iusti) alii sacerdotes; (…) Tunc iterum misit ad me dicentes (D : dicens): “Dominus Chan dicit : Vos diu stetistis (D : fecistis) hic; ipse vult quod (D : ut) revertamini ad terram vestram, (…)”
“De volgende dag stuurde Möngke khan opnieuw zijn schrijvers die me zeiden : „De khan weet wel dat u geen boodschap voor hem hebt, maar enkel gekomen bent om voor hem te bidden, zoals veel andere priesters doen. (…) Daarna stuurde hij ze nogmaals en liet zeggen : „De heer khan zegt dat u hier nu al lang genoeg geweest bent. Hij wil dat u naar uw land terugkeert.”
Zie Devolder e.a., o.c. , p. 113. en A. Van Den Wyngaert: o. c., p. 293.
Op twee jaar tijd legde Willem van Rubrouck meer dan zestienduizend kilometer af, te voet, te paard of met de ezel, onder dikwijls extreme weersomstandigheden.

