De reis naar Mongolië
Willem van Rubrouck ondernam zijn reis uit eigen beweging. Zijn tocht bracht hem verder dan eigenlijk de bedoeling was, door een verkeerde vertaling van de brieven van Lodewijk IX. Hij was wel geen gezant van de koning en ook niet van de paus, waardoor het doel van zijn reis onduidelijk blijft. Door werken te raadplegen en persoonlijke contacten verzamelde Willem informatie over de Mongolen en hun gebieden. Dit vormde de voorbereiding van zijn tocht. Zowel de Franse koning als de paus steunde het initiatief van de minderbroeder en vroegen in ruil om een reisverslag. Door een verkeerde vertaling van de brieven van de Franse koning, leek het alsof Willem een gezant was die kwam vragen om een bondgenootschap tegen de moslims. De minderbroeder werd daarom naar Möngke khan gestuurd. De brieven van Batoe aan de grootkhan gingen echter verloren, zodat Willem de kans kreeg de fout recht te zetten. Hij wilde het christendom prediken onder de Mongolen, maar de khan stuurde hem terug naar het Westen. In de Syrische stad Aleppo schreef Willem zijn reisverslag en pas een paar jaar later trok hij naar Frankrijk om zijn verslag te overhandigen.

