Citaten Timotheus
Vóór de theologische discussie tussen de vertegenwoordigers van de verschillende religies aan het hof van Möngke khan plaatsvond, haalde Willem van Rubrouck Timotheus aan toen de klerken van de opperkhan hem kwamen zeggen dat Möngke khan over de waarheid zou oordelen nadat hij alle partijen gehoord had. Timotheus stelde dat een dienaar Gods niet moest discussiëren maar vredelievend moest zijn tegenover allen.
“Unde ipse vellet quod omnes conveniretis in unum et haberetis collationem, et scriberet (C scribet) unusquisque dicta sua, ita quod ipse posset cognoscere veritatem”. Tunc dixi : “Benedictus Deus qui hoc misit in cor ipsius Chan! Sed Scriptura nostra dixit :” Servum Dei non decet litigare, sed mansuetum esse ad omnes; unde paratus sum sine lite et contentione reddere rationem de fide et spe christianorum omni poscenti.”
“leder zal zijn beweringen op schrift stellen zodat de khan zelf over de waarheid zal kunnen oordelen". Toen zei ik : „Gezegend zij de Heer die zulke gedachten in het hart van de khan liet opkomen. Onze Heilige Schrift zegt echter : „Een dienaar Gods moet niet discussiëren, maar vredelievend zijn tegenover allen“ (Tim., II, 24). „Daarom ben ik bereid, zonder twist of woordenstrijd, aan ieder die het verlangt, uitleg te geven over het geloof en de verwachting van de christenen".”
Zie Devolder e.a., o.c., XXXIII, p. 112. en A. Van Den Wyngaert, o. c., p. 292.
