Citaten Johannes
Tijdens een discussie met moslims aan het hof van Möngke khan vroegen ze aan Willem van Rubrouck of er mensen bestonden die God niet zouden beminnen. Hij haalde hierop Johannes aan en vertelde hen dat wie Gods geboden niet onderhield, God niet beminde.
“Tunc dixit unus ex eis sarracenis : “Estne aliquis homo qui non diligit (D diligat) Deum?” Respondi “Deus dicit : Si quis diligit me mandata mea servabit; et qui non diligit me mandata mea non servat. Ergo qui non servat mandata Dei non diligit Deum.”
“Daarop vroeg een van de Saracenen : „Bestaat er wel een mens, die God niet bemint?“ Ik antwoordde : „God zegt : „Als iemand me bemint, zal hij mijn geboden onderhouden ; en wie me niet bemint, onderhoudt mijn geboden niet“ (Joh., XIV, 23-24). Dus, wie Gods geboden niet onderhoudt, bemint God niet".”
Zie Devolder e.a., o.c., XXXIII, p. 112. en A. Van Den Wyngaert, o. c., p. 291.
