Zijn uiterlijk
Over het uiterlijk van Willem van Rubrouck vindt men in het reisverhaal vrij weinig gegevens. Toen het reisgezelschap op hun tocht naar het hof van Möngke khan door het land van de Kangles trok en bij één van de standplaatsen van paard wisselde, kreeg Willem een sterker paard omdat hij nogal zwaarlijvig was. Voor hij zijn eerste onderhoud had met Möngke khan, schoor hij zijn baard af.
“De XX vel XXX equis nos semper habebamus peiores quia extranei eramus. Omnes enim accipiebant ante nos equos meliores, michi semper providebant de forti equo, quia eram ponderosus valde.”
“Van de twintig of dertig paarden die ze hadden, kregen we altijd de slechtste omdat we vreemdelingen waren. De beste paarden waren steeds voor de anderen. Ze gaven mij toch altijd een sterk paard, omdat ik nogal zwaarlijvig was.”
Zie Devolder e.a., o.c., XXI, p. 62. en A. Van Den Wyngaert, o. c., pp. 220-221.
“Et hoc querebant quia feceramus barbas nostras radi, de consilio ductoris nostri, ut apparemus (D : appararemus) coram Chan secundum morem patrie nostre.“
“Dat vroegen ze omdat we, op aanraden van onze gids, onze baard hadden laten scheren om, naar ons vaderlandse gebruik, voor de khan te verschijnen.”
Zie Devolder e.a., o.c. , XXVIII, p. 80. en A. Van Den Wyngaert, o. c., p. 248.
